Subklinische depressie beter te meten met vragenlijst dan met diagnostisch interview

Datum: 29/06/2010

Psychologen en psychiaters spreken van een klinische depressie als de klachten aan vastgestelde criteria voldoen. Zo moet de persoon in kwestie een bepaald aantal klachten hebben, waaronder een sombere stemming of een verlies aan interesse in aangename activiteiten. Maar ook mensen met een kleiner aantal klachten kunnen behoorlijk veel last hebben. Deze mensen hebben een subklinische depressie.

De vraag is hoe wij subklinische depressie het beste kunnen meten. Waar leg je de grens tussen een subklinische depressie en gezondheid met normale ups en downs? Wij zijn van mening dat depressieve klachten een subklinische depressie mogen heten wanneer zij het functioneren in het dagelijkse leven negatief gaan beïnvloeden, zoals op het werk of in de omgang met andere mensen. Wanneer je subklinische depressie bij iemand wilt vaststellen, is het daarom van belang een instrument te gebruiken die depressieve klachten meet die samengaan met een verminderd dagelijks functioneren.

Binnen de NESDA studie zijn twee instrumenten vergeleken in hun vermogen om op subklinisch niveau depressieve klachten te meten die samengaan met verminderd functioneren. Het eerste instrument is een diagnostisch interview, de Composite International Diagnostic Interview (CIDI). Het tweede instrument is een vragenlijst, de Inventory of Depressive Symptomatology (IDS-SR30).

Depressieve klachten gemeten met de IDS-SR30 hingen veel meer samen met minder goed functioneren in het dagelijks leven dan depressieve klachten gemeten met de CIDI. Depressieve klachten onder de klinische grens die samengaan met een verminderd functioneren, ofwel subklinische depressie, worden dus beter gevangen met de IDS-SR30 dan met de CIDI.

Lees de hele Nederlandse samenvatting van dit artikel van Julie Karsten.


Ik ben maar een pijltje. Terug naar Nieuwsoverzicht

Nieuws over Depressie en Angst