Go to Top

Cognities bij depressie

Boekje_Glashouwer_associationsWe denken dat de manier waarop mensen informatie verwerken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de terugkeer van depressies. Als reactie op een stressvolle gebeurtenis kunnen als vanzelf gedachten en gevoelens bij je opkomen, zonder dat je daar direct invloed op kunt uitoefenen. Deze “impliciete associaties” zoals we het ook wel noemen, gebeuren onbewust. Iemand met een depressie denkt bijvoorbeeld al snel als iets niet lukt “zie je wel ik kan toch niks”, of  “ik ben waardeloos”.

Op basis van bewuste reflectie kunnen mensen hun automatische gedachten en gedragingen eventueel bijstellen. Juist bij mensen die kwetsbaar zijn voor depressie zou het wel eens kunnen zijn dat ze niet alleen negatieve automatische associaties hebben, maar dat ze ook niet zo goed in staat zijn om die bij te stellen.  Hoe langer en vaker iemand depressief is, hoe sterker waarschijnlijk de negatieve geheugen-associaties. En hoe sterker die negatieve geheugen-associaties,  hoe groter de kans op terugval. Anders gezegd: een depressieve episode zou wel eens tot een soort cognitief “litteken” kunnen leiden dat op zijn beurt de kans op herhaling vergroot.

Photo by Digidaan

Photo by Digidaan

Impliciete/onbewuste associaties kun je natuurlijk niet meten door mensen naar hun associaties te vragen. Om dit soort automatische associaties te meten hebben we daarom binnen NESDA gebruik gemaakt van een computertaak. Via het meten van de reactiesnelheid bij het sorteren van woorden gaf deze taak indirect inzicht in de sterkte van bepaalde associaties. De expliciete/bewuste associaties hebben we gemeten met vragenlijsten. In dit geval gaven deelnemers via een score van 1 tot 5 aan in hoeverre ze vonden dat uitspraken als “ik ben nutteloos” op hen van toepassing waren. Naast de computertaak en de vragenlijst, maakten we gebruik van het interview om depressieve episodes nu of in het verleden vast te stellen

We hebben gekeken of  het zo was dat mensen met meer depressieve episodes in het verleden ook sterkere negatieve-zelf-associaties zouden hebben. Inderdaad bleek het aantal depressieve episodes dat mensen hadden meegemaakt samen te hangen met zowel de impliciete/onbewuste als de expliciete/bewuste negatieve zelf-associaties (zoals “ ik ben waardeloos”). Hoe hoger het aantal doorgemaakte depressieve episoden, hoe sterker de associaties. Vervolgens toetsten we of de duur van depressieve symptomen tussen de eerste NESDA meting en de tweede NESDA meting voorspellend zou zijn voor toename in de negatieve zelf-associaties . Over een periode van 2 jaar bleek de duur van de depressieve symptomen inderdaad voorspellend voor de sterkte van de (automatische en bewuste) negatieve zelf-associaties.

Kortom, de resultaten van deze studie maken aannemelijk dat bij het doormaken van herhaalde depressieve episodes een cognitief litteken ontstaat: een ingesleten patroon van versterkte negatieve zelf-associaties, zowel op impliciet/onbewust als op expliciet/bewust niveau. Een belangrijke vervolgstap is om de negatieve associaties bij mensen die een depressie hebben doorgemaakt te veranderen (het litteken weg te nemen), bijvoorbeeld door middel van cognitieve therapie.

wp ecommerce - e-commerce wordpress